Page 3 - oud utrechter week 42

This is a SEO version of oud utrechter week 42. Click here to view full version

« Previous Page Table of Contents Next Page »
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 1 november 2011
pagina 3
HWtje
HWtje
Een tandarts kiezen
Een spuitje bij de tandarts deed in mijn
jeugd wel gruwelijke pijn. Als de tand-
arts al de tijd nam om er eentje te geven.
Die van mijn ouders begon er sowieso
niet aan, omdat - ongeacht de grootte
van het gaatje - dat gaatje altijd net even
iets te klein was om een verdoving te
rechtvaardigen. Als mijn moeder toch
meende dat een prikje op zijn plaats was,
roste de tandarts de spuit erin om hem
er twee seconden later al uit te kunnen
trekken. Daarna schreeuwde hij over het
gegil van mij heen tegen mijn moeder:
“Dat prikje zelf is pijnlijker, dan het
gaatje boren. Dat hoort u nu toch zelf
ook!”
Na twee keer zo’n Quantanomo Bay er-
varing gehad te hebben, nam ik de eerste
zelfstandige beslissing in mijn leven. “Ik
ga nooit, maar dan ook nooit meer naar
die akelige tandarts!’, zei ik tegen mijn
moeder. Dat mocht van haar. Omdat ze -
anders dan ik - op de hoogte was van het
bestaan van ‘De Schooltandarts!’
Elk half jaar werd het kamertje van
bovenmeester Rikse van de Prinses
Margrietschool op Zuilen omgebouwd
tot een kindergebitten-behandelcentrum.
Om de beurt werd er iemand uit de klas
gehaald om in dat kamertje zijn gebitje
te laten controleren en - als dat nodig
bleek - te laten repareren. Wachtend op
het moment dat je aan de beurt kwam,
ontging het je niet dat vrijwel elk klasge-
nootje dat al geholpen was, lijkbleek de
klas weer in stapte. Of vuurrood, als er
gehuild was.
Net als mijn klasgenootjes liep ik, na
een eeuwigheid wachten, stijf van de
angst de behandelkamer binnen. De
tandartsassistente - meestal van het type
gemoedelijke huisvrouw - lachte je dan
steevast bemoedigend toe.
Daarna zei de tandarts zelf iets in de
trant van: “Gla maar lekkel zit, ik
goei nie pijntje!” Zijn spraakgebruik
benadrukte dat het een Chinees was. Dat
waren schooltandartsen namelijk vrijwel
altijd; in Hong Kong geronselde, prima
opgeleide mensen, die hier als gastarbei-
der een paar jaar kwamen boren. Neder-
landse schooltandartsen zullen er best
wel geweest zijn, maar het staat me niet
bij dat er ooit een in mijn mond heeft
zitten rommelen. Nederlandse tandartsen
begonnen namelijk na hun afstuderen in
de vijftiger en zestiger jaren direct een
eigen praktijk. Die binnen een dag al
compleet vol zat, omdat er een enorm
gebrek aan tandartsen bestond. Omdat
er in die tijd fonds en privé verzekerden
bestonden en er aan fondspatiënten min-
der te verdienen viel dan aan de mensen
die het genoegen van een hoger inkomen
hadden, zaten tandartsen vaak niet te
wachten op fondspatiënten.
Ik herinner me dat ik als achttienjarige
een gruwelijke aanval van kiespijn
kreeg en dat mijn vriendin na een vijftal
tandartsen gebeld te hebben er eindelijk
pas eentje vond die me uit de goedheid
van zijn hart drie dagen later wel wilde
behandelen. Omdat hij dan een klein
gaatje had. Gelukkig bestonden er voor
hen die, zoals ik, het voorrecht hadden te
mogen studeren ook speciale Studenten-
tandartsen. Ik heb een keer in de stoel
van zo’n tandarts gezeten. Het was vroeg
in de morgen en zijn handen trilden nog.
Op de mondgeur afgaande als gevolg
van een gezellig avondje ervoor. Dat was
eens maar nooit meer besloot ik, nadat
hij met de draaiende boor mijn wang
raakte.
Mijn grote mazzel was dat mijn vriendin
had wat ze nog steeds heeft: de Engelse
nationaliteit. Elk half jaar als we bij haar
ouders op bezoek gingen, hadden die
voor mij een afspraak bij de dorpstand-
arts gemaakt. Dat was een bekwame en
vriendelijke vrouw, die steevast dezelfde
vraag stelde. Waarom ik me bij haar liet
boren en niet gewoon in Nederland. Als
ik uitlegde hoe lastig het was als armlas-
tige jongere in Utrecht aan een bekwame
tandarts te komen zei ze meestal: “In
die stad zou ik niet willen wonen!” Daar
dacht ik toch anders over.
Henk Westbroek
Bij tandarts Sanderink mocht ik op de futuristische stoel gaan liggen die voormalig burge-
meester Annie Brouwer voor me warm gehouden had. Annie mompelde in het voorbijlopen
vriendelijk goedendag. Ze herkende me niet. Verdoofd waarschijnlijk. Wellicht door mijn
aanblik, waarschijnlijker door de novocaine. Tandarts Willeke pakte de spuit en pas nadat ze
me tot in de details had uitgelegd hoe je de perfecte paprikasoep maakt, was ze klaar met het
geven van dat enkele prikje. Ik had niets gevoeld.
Van 1965 tot 1978 was ik deejay (dj
Rini) bij dansinstituut De Rijk aan de
Nieuwe Gracht. Iedere zaterdagmorgen
om klokslag negen uur was ik bij Max
van Praag in de winkel om de plaatjes
uit te zoeken die in het weekend in de
dansschool gedraaid zouden worden.
Ik was destijds kind aan huis in de pla-
tenzaak van Max en mocht zelfs achter
de toonbank de plaatjes opzetten.
Vier pick-ups stonden er in het kleine
winkeltje aan de Steenweg.
Modern geluid
Veronica’s Top-40 was de lijst voor de
‘beatplaten’ die op de zaterdagavond
vanaf 20.30 uur en zondag vanaf 20.15
uur bij dansschool De Rijk gedraaid
werden. De avond ‘vol muziek, dans en
gezelligheid’ was in de jaren zestig om
half twaalf reeds afgelopen. Er werd
bij Van Praag natuurlijk ook gezocht
naar plaatjes waar een quickstep of een
Engelse wals op kon worden gedanst.
Maar de dansscholen moesten toch ook
met hun tijd meegaan en wat modern
geluid laten horen.
In de zaak van Van Praag op het Steen-
weg stond zoon Chiel. Dochter Marga,
van het Jeugdjournaal, kreeg later de
Straatweg van pa. Vader Max was als
eerste altijd aanwezig om op zaterdag-
morgen de deur te openen. Vaak stond
ik samen met Peter de Mooi al te wach-
ten en dan was er eerst koffe.
Peter de Mooi was de dj bij dans-
school Jansen op de Straatweg. Vaak
spraken we af welke plaat we in het
weekend vaak zouden gaan draaien
om een dansschoolhit te laten worden.
Heel veel nummers, die wij al in het
weekend draaiden, kwamen pas weken
later in de Top-40. Gemiddeld namen
we tien plaatjes per zaterdag mee. De
dansscholen De Rijk en Jansen kreeg
van Max 10 procent korting. Klanten-
binding.
Nacht-dj
Beneden in het pand op de Steenweg
stonden de platen en op de eerste ver-
dieping werden ook pick-ups en radio’s
verkocht. Volgens mij sliep Marga
destijds boven de zaak.
Ik weet nog dat Chiel van Praag ooit
eens in een bandje heeft gespeeld, dat
was de ‘High Tide Formation’ met
Fluffy, 1967 als ik het goed heb. Deze
single kregen we toen gratis. Chiel is
daarna nog enige tijd nacht-dj geweest
bij Veronica. In de zomermaanden ver-
zorgde Max van Praag het Loosdrecht
jazz-festival bij restaurant Farouta.
Tot 1978 heb ik bij De Rijk gedraaid.
Snel daarna was het vrijdansen afgelo-
pen. Tot 1985 heb ik nog bij dans-
school Slingerland in Soest gedraaid en
tot die tijd als trouwe klant bij Max van
Praag de platen gekocht.
Rini van Iperen
Turkooislaan 150
Utrecht
030 - 2891417
‘Max van Praag’s Platen speciaalhuis’, dat stond op de labels
die Max van Praag op de singletjes, ep’tjes en lp’s plakte. Het
singletje kostte destijds 95 cent en een lp ongeveer 9 gulden.
In 1966 had de zanger Van Praag enkel nog winkels op de
Steenweg 35 en de Amsterdamsestraatweg 148a in Utrecht.
Ook het telefoonnummer stond toen op de sticker: 10885.
Dansscholen kochten hits
bij winkels Max van Praag
- Max van Praag met echtgenote en een lid van The Blue Diamonds. Foto uit boek Jaap en Max -