Page 3 - De Utrechter Week 40

Basic HTML Version

De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 2 oktober 2012
pagina 3
HWtje
tje
Jonge Utrechter wereldkampioen dammen 1912
Het Paradijs!
Nou is het gekke dat volgens het week-
blad Elsevier het Chinese restaurant Han
Tin in Den Haag zich de beste Chinees
van ons land mag noemen, maar dat
volgens het gerenommeerde vakblad Ho-
recavizier de gouden medaille verdiend
gewonnen is door restaurant Jade Villa
op het Bisonspoor in Maarsenbroek. Er
kunnen niet op hetzelfde moment twee
restaurants de beste zijn, dat snapt iedere
liefhebber van wielrennen.
Ik ben dus maar bij allebei ongeveer
dezelfde maaltijd gaan eten. Bij de een
waren de versierwortelen op het bord
net iets mooier gebeeldhouwd dan bij de
ander, maar bij die ander waren de borden
zelf weer iets mooier. Bij de een waren de
toiletten iets groter dan bij de ander, maar
bij die ander was het toiletpapier weer iets
zachter. Op de koks van allebei de restau-
rants zou alleen een mierenneuker kritiek
kunnen hebben. En daar seks met dieren
bij wet verboden is, doe ik daar niet aan.
Ik heb twee keer verrukkelijk gegeten,
ben twee keer prima bediend, dus al met
al hou ik het op een verdiend gelijkspel.
Hierdoor is de vraag wat de beste Chinees
van ons land is door mijn smaakpapillen
helaas nog steeds niet beantwoord.
De beste Chinees die ik ken komt maar
zelden zo hoog in de lijstjes dat de
eigenaar een medaille mag opspelden.
Een foutje in mijn persoonlijke opvatting
van lekker. Er bestaat trouwens ook een
blad dat ‘Lekker’ heet en dat elk jaar een
lijst van de 500 beste restaurants van
Nederland maakt. In die ranglijst komen
niet veel Chinese restaurants voor, maar
restaurant Het Paradijs aan het Vreden-
burg in Utrecht is die eer wel eens te beurt
gevallen. En terecht.
Het bijzondere van dit restaurant is dat
het je daar uitsluitend lukt met zijn vieren
meer dan 100 euro in totaal te moeten
afrekenen als je elk drie voorgerechten,
twee hoofdgerechten en een volle fles
wijn consumeert. Het is daar dus niet
zozeer goedkoop, maar spotgoedkoop!
Omdat de porties er niet groot zijn, maar
enorm groot en de kwaliteit en smaak van
de ingrediënten niets te wensen overlaat,
vroeg ik onlangs aan de eigenaar van Het
Paradijs - die heel toepasselijk Kok heet
- hoe het hem al tientallen jaren lukt niet
failliet te gaan.
“Omdat het hier van vroeg tot laat druk
is”, zei hij wijzend op alle tafeltjes die
allemaal compleet bezet waren met
smullende eters. “En omdat het veel be-
vredigender is weinig aan veel klanten te
verdienen dan veel aan weinig klanten.”
Terwijl ik in mijn hoofd deze diepe Chi-
nese wijsheid aan het herkauwen was, liet
de heer Kok een van zijn obers een bordje
met vier gestoomde oesters in zwarte
bonensaus, lente-uitjes en peperringetjes
aanbieden. Dat is ook zo aangenaam van
Het Paradijs; als je daar uitgebreid zit te
eten, wordt er vrijwel altijd wel een gratis
hapje of drankje op tafel gezet. Of blijkt
na afloop dat de koffie van het huis was.
Een andere grote charme van het res-
taurant is dat de bediening er in zoverre
uniek is, dat het je zomaar overkomen kan
dat een van de obers je lachend verwijt
dat je hem steeds roept als je iets bestellen
wilt. Als je dan het volgende glas bier dan
maar bij een andere ober bestelt, loop je
de kans dat die op zijn beurt weer vraagt
waarom je juist bij hem en niet bij de
andere ober meent te moeten bestellen. In
beide gevallen staat het goedgetapte pilsje
trouwens binnen een minuut of tien wel
op tafel.
Het ligt verder aan de discretie van de
ober of je de Westerse of de Chinese
kaart krijgt. Die menukaarten overlappen
elkaar gedeeltelijk, maar als je de Chinese
kaart krijgt, mis je daarop de gebakken
kip in citroensaus, die adembenemend
lekker is. Als je de Westerse kaart op tafel
krijgt, staat de met vis gevulde gebak-
ken varkensdarm met een fruitige saus er
weer niet op. Dat laatste gerecht is niet
zo smakelijk omschreven, maar als ik u
vertel dat het een met echte krab, garnalen
en witvis gevulde dikke worst is, met
daarbij een zalige mangosaus dan begrijpt
de visliefhebber gelijk dat hier sprake is
van een culinair topgerecht.
Ach, of Het Paradijs nou het beste Chi-
nese restaurant van Nederland is, dat zal
me eigenlijk worst wezen!
Ik weet wel dat ik al een jaartje
of dertig nergens liever ga Chinezen.
Henk Westbroek
Als Marianne Vos sneller fietst dan alle andere dames op de wereld die ook heel snel
kunnen fietsen, dan is Marianne de beste. Daar hoeft geen onderzoekscommissie uit
de Tweede Kamer aan te pas te komen, bedoel ik maar.
De huidige Nederlands kampioen dammen, de in 1993 in
Utrecht geboren Roel Boomstra, is een uitzonderlijk talent. Hij
kan zich in de strijd om de wereldtitel vooral gaan meten met
dammers uit de voormalige Sovjetlanden. Boomstra heeft een
illustere voorganger: op 2 september 1912 kon Nederland haar
eerste wereldkampioen in een denksportdiscipline noteren: de
pas 20-jarige Utrechter Herman Hoogland..
In een bovenzaal van café Boneski in
Rotterdam kreeg het wereldkampioen-
schap in 1912 een sensationeel spannend
slot. De favorieten gaven elkaar geen
duimbreed toe en uiteindelijk finishte
Hoogland één punt boven zijn landge-
noot Jack de Haas.
Het Utrechts Dagblad meldde: ‘Gister-
avond met den laatsten trein van half
twaalf kwam hij uit Rotterdam terug.
En een kwartiertje later zaten we met
hem te redeneren, thuis op de Biltstraat,
waar een kolossale stapel telegrammen
en brieven met gelukwenschen op hem
lag te wachten. … In het huis van diens
overgrootvader Jacob Hoogland, veearts
te Utrecht, was het al een vaste regel dat
de kinderen in hun vrijen tijd aan het
dambord werden gezet.’
De krant schreef ook: ‘Herman komt
dus uit een damgeslacht. Hij bezocht
alleen de lagere school, waar de meesters
zóóveel met hem hadden te stellen dat
zij zijn ouders den raad gaven hem maar
niet verder te laten leeren. En zo kwam
Herman als 14-jarige in de slagerij van
zijn vader. De onderwijzers van de
school zullen wel nooit gedroomd heb-
ben dat de onwillige knaap, die de heele
klas deed schaterlachen, zes jaar later
tot den allerbesten damspeler van de ge-
heele wereld zou worden gepromoveerd.’
Gehuldigd
Op 11 september werd Hoogland in
Utrecht gehuldigd. Uit het verslag in
het Utrechts Dagblad: ‘Het Utrechts
Damgenootschap haalde hem met een
fakkelstoet van huis aan de Biltstraat.
De kampioen presenteerde zich in het
uniform van milicien bij het 9e regiment
infanterie.’
Honderden mensen stonden op de hoek
van de Biltstraat en Obrechtstraat te
juichen. ‘In optocht ging het dwars door
de stad naar het Vreeburg; hier en daar
werd Bengaals vuur ontstoken, zoo ook
aan het Haagsche Koffiehuis, waar de
stoet om 8 uur arriveerde.
Op de bovenzaal nam den heer C.H.
Schröder, voorzitter van het Utrechts
Damgenootschap, het woord en hing
Hoogland een reusachtige lauwerkrans
om de hals.’ Hij benadrukte dat het
succes van het genie Hoogland zou bij-
dragen aan de groeiende belangstelling
voor de damsport.
Als één man gingen alle aanwezigen
staan om het Wilhelmus te zingen. De
heer Van Beurden sprak: “Men heeft
Hoogland dezer dagen een professor
genoemd, een titel die hij volkomen
verdient. Als de professor dan ook maar
zo goed zal willen zijn colleges te geven
en van zijn kennis mede te delen aan hen
die minder weten dan hij.”
Meester
Hoofdredacteur Graadt van Roggen
van het Utrechts Dagblad memoreerde
dat de krant van succes verzekerd was
toen de jonge Hoogland de damrubriek
ging verzorgen. De oude heer Makkink
haalde een herinnering op aan de tijd
dat Herman pas lid was geworden van
het UDG: zij die hem nog niet kenden,
meenden dat het kereltje van 15 jaar de
damborden moest aangeven en de asbak-
ken legen. Totdat iemand hen liet weten
dat ‘dit baasje’ de meester was van alle
dammers.
Om Hoogland heen vormde zich een
“tuin van bloemen en kransen”. Om 2
uur ‘s nachts moest hij zich echter weer
melden in de kazerne. Gedurende zijn
diensttijd ondervond de wereldkampioen
de grootst mogelijke welwillendheid van
de militaire autoriteiten, maar nu de titel
behaald was, wachtte weer het gewone
leven.
Herman Hoogland groeide op in de
Biltstraat, huisnummer 60, waar nu een
vestiging van de lunchroomketen ‘Ba-
gels & Beans’ is gevestigd. Precies een
eeuw geleden stond daar op het balkon:
een jonge dammer die wereldkampioen
was geworden!
(Belangrijkste bron voor dit artikel is
het tijdschrift ‘Dammen’, dat in 1994
uitgebreid aandacht besteedde aan het
WK 1912.)
Arne van Mourik
Utrecht
arne.sksq@gmail.com
- In april 1911 speelt Utrechter Hoogland tegen de regerend wereldkampioen, de Fransman Weiss, die hij een jaar later weet te verslaan.
Links zit Carl Schröder, voorzitter van het Utrechts Dam Genootschap -
- De jonge wereldkampioen poseert (1912) -