Humphrey Mijnals, de eerste Surinamer in het Nederlands elftal |
| Geplaatst door Administrator (admin) op Dec 28 2011 |
Humphrey Mijnals, de eerste Surinamer in het Nederlands elftal
Interview uit 2011, door Jan Jansen
Hij is tachtig jaar geleden geboren in Moengo, een dorp in het westen van Suriname. Voetbal was er een grote passie. “We voetbalden bij onze club Remo op blote voeten op een veldje waar zaagsel was gestrooid”, vertelt Mijnals. “Michel Kruin speelde daar ook.”
Zijn oudere broer Louis ziet Humphrey’s talent en stelt voor naar Robin Hood te gaan, de topclub in Paramaribo. Ook Kruin gaat mee. “We moesten daar ‘geschoeid’ gaan spelen. Een schoenmaker maakte speciaal voor ons voetbalschoenen met zachte zolen.” Met Robin Hood wordt Mijnals vier jaar achtereen landskampioen en speelt hij 45 keer voor het Surinaams elftal.
Het Braziliaans en Nederlands voetbal is poipulair in Suriname. “Jongens liepen rond met shirtjes van Nederlandse clubs. Als kind was ik fan van Ajax. Voetballen in het buitenland was mijn droom. Ik kreeg een aanbod om te spelen voor het Braziliaanse ‘Club America’, met een stadion voor zestigduizend bezoekers. Tekende een contract voor een half jaar, maar na een half jaar was ik terug omdat bleek dat ik een soort handelswaar was voor de persoon die mij het aanbod had gedaan.”
Het buitenland en vooral het Nederlandse voetbal bleef trekken. “Een goede huisvriend van mijn ouders was dominee Graafland. Die was gek op voetbal. Hij predikte in Zeist en nam contact op met het bestuur van Elinkwijk. In het najaar 1956 kreeg ik een telegram van hem om in de Nederlandse Eredivisie als full-prof bij Elinkwijk te komen spelen. Omdat ik bij Robin Hood met een afscheidswedstrijd werd uitgeluid miste ik het vliegtuig en moest ik noodgedwongen met een vrachtboot naar Nederland. Zestien dagen ben ik zeeziek geweest.”

Broodmager en ellendig van de kou komt Humphrey Mijnals in november 1956 met de vrachtboot aan. Hij is dan de eerste en enige Surinaamse voetballer in Nederland. “Mijn debuut was tegen Sparta. Tegen mijn zin werd ik opgesteld als midvoor want ik stond altijd stopperspil. Halverwege die wedstrijd werd ik eruit geschopt door Spartaverdediger Hans de Koning en werd op een brancard weggedragen. Van de tribune hoorde ik iemand roepen ‘plak een zegel van vijftien cent op zijn kont en stuur hem terug’. Wekenlang was ik geblesseerd.”
Het begin in Utrecht valt enorm tegen. “Mijn vrouw was achtergebleven in Suriname omdat ze in verwachting was van ons tweede kind. Mijn zware blessure en de winterkou deden mij terug verlangen naar Suriname. Dominee Graafland moest zijn uiterste best doen mij over te halen om te blijven. Het ging beter toen ook Michel Kruin overkwam en later mijn broer Frank en Charlie Marbach. Met z’n vieren hadden we speciale tic-tac-trucjes. Michel Kruin was ontzettend snel en kreeg de bijnaam Hairos Deux, naar het populaire bruine renpaard.”
Door de Surinamers is Elinkwijk ineens een bijzondere club in het vaderlandse voetbal. Er komt veel mediabelangstelling. Tribunes zijn afgeladen vol en er wordt genoten van spectaculair voetbal. Bondscoach Elik Schwartz kan niet om de kwaliteiten van Mijnals heen. Hij wordt in 1960 op 28-jarige leeftijd geselecteerd voor het Nederlands elftal tegen Bulgarije. “Topclubs als Feyenoord en PSV klopten in die tijd ook bij me aan. Ik deed het niet want bij Elinkwijk had ik het prima naar mijn zin en een goed contract. Inmiddels had ik een gezin met zes kinderen en een goedlopende sigarenzaak. Dan is het niet eenvoudig te verkassen naar een andere stad.”
Alleen met trainer Joop de Busser loopt het niet lekker. “We spelen een bekerwedstrijd tegen HVC uit Amersfoort. Staan in de rust achter met 0-1. Ik was het absoluut niet eens met zijn opstelling en wijzigde de opstelling als aanvoeder tijdens de tweede helft op eigen houtje. We wonnen de wedstrijd maar De Busser was na afloop woedend.”
In 1963 krijgt hij van Elinkwijk bericht dat hij zich bij DOS moet melden. “Elinkwijk wilde verjongen. Bij DOS kon ik verder als semi-prof. Na zes wedstrijden hield ik het voor gezien omdat de voorzitter vond dat een ander moest spelen terwijl ik als speler op het wedstrijdbord stond. Dat seizoen heb ik niet meer gespeeld. Mijn sigarenzaak liep ook niet meer omdat supporters van Elinkwijk niet meer langskwamen.”
Na het mislukte seizoen bij DOS voetbalt Mijnals nog twee jaar bij Gooiland in Hilversum. In 1964 stopt hij de sigarenzaak en gaat hij werken bij de DETAM in een administratieve functie. Hij blijft er tot zijn VUT en wordt trainer van Faja Lobi, een voetbalclub van Surinamers.
Voetbal heeft nog steeds zijn interesse. Hij bezoekt FC Utrecht, Elinkwijk en Faja Lobi. Zijn naam zal voortleven bij Elinkwijk in het ‘Humphrey Mijnals Jeugdtournooi’. Een school in Overvecht heeft een ‘Humphrey Mijnalsveld’. Mijnals, de eerste Surinaamse profvoetballer in Nederland en legendarische Utrechtse stopperspil.