Jos Collignon en de karikatuur van de politieke werkelijkheid

Geplaatst door Administrator (admin) op Dec 28 2011
interviews >>

Jos Collignon en de karikatuur van de politieke werkelijkheid

Interview door Jan Jansen
Tuindorp is de plek waar Jos Collignon opgroeit. Hij is geboren in 1950 en op één de jongste van het gezin van acht kinderen. “We hadden een echt traditioneel katholiek gezin”, vertelt hij. “Mijn vader was vakbondsleider van de katholieke bouwvakkersvakbond St. Joseph, het latere KAB. Het was in mijn jeugd nog een sterk verzuilde samenleving.”
Peinzend zegt hij: “We hadden eigenlijk vooral contact met andere katholieken in Tuindorp. Die hadden allemaal grote families. Namen als Kuiper, Kuitenbrouwer en Andriessen, waarvan Frans Andriessen later minister van Financiën was en Eurocommissaris. Arie Kuiper die hoofdredacteur werd van het katholieke opinieblad De Tijd werd later mijn baas. Ik voetbalde bij St. Maarten. Onze kerk was de Pauluskerk, we gingen naar de Paulusschool en lazen Het Centrum.”
In de jaren zestig kwam er met schokken verandering in de naar spruitjesgeur riekende samenleving. Er kwamen protestbewegingen van studenten. Muziek als van de Beatles e.d. speelde een belangrijke rol in de bewustwording naar eigen keuzes en opvattingen. “Voor ons gezin gold nog steeds dat de jongens na de middelbare school een vervolgopleiding konden doen maar de meisjes moesten eerder aan het werk. Mijn broer speelde contrabas in jazzbands in Persepolis aan de Oudegracht. Dat was eigenlijk één van de weinige uitgaansgelegenheden in de stad. Utrecht voelde voor mij als een stad waar niets kon en van alles moest.”

 


Het ideaal voor vader Collignon was dat al zijn zoons een goede baas kregen om zo een maatschappelijke carrière op te bouwen. “Bij mij ging dat anders. Ik ging als enige van het gezin naar de universiteit en genoot van de vrijheid van de zestiger jaren. Blij om die ervaring meegemaakt te hebben. Ik studeerde Rechten en wilde een journalistieke loopbaan, tekende graag en maakte muziek. Door het Universiteitsblad werd ik gevraagd om karikaturen te tekenen van universitaire hotemetoten.”
Tijdens zijn studie schreef Jos Collignon bij het Utrechtse Universiteitsblad waar hij Charles Groenhuijsen opvolgde die naar de Volkskrant verdween. “Ik schreef in die tijd ook voor de Volkskrant. Vooral stukjes over de universiteit. Als de koffiejuffrouw op een instituut ruzie had met de professor die vervolgens geen koffie meer kreeg was dat weer een stukje voor de krant.”
Zoeken naar diepere lagen werd het essentiële aspect van zijn spotprenten. Bij het NRC had men bewondering voor zijn tekenwerk en werd hem gevraagd wekelijks een bijdrage als cartoonist te voor de krant te leveren.
Na drie jaar tekenen voor het NRC ging Jos Collignon als cartoonist over naar de Volkskrant. “Tekenen was mijn werk geworden. Ik werd gevraagd voor de illustratie van bladen en boekomslagen. Bleef eigen baas door te werken as freelancer. Het tekenen van een spotprent is prachtig werk maar kost telkens veel concentratie en energie. Ik haal het nieuws van TV of uit de krant. Er zit een onderwerp voor een tekening in als ik over een artikel moet grijnzen. Het wordt in mijn fantasie doorgetrokken tot een slapstickachtig beeld. De tekening moet dezelfde middag worden gemaakt en komt de volgende dag in de krant. Het nieuws is dan nog actueel en wordt door de lezer herkend.”
Het tekenen gaat handmatig met een penseel met oostindische inkt. De tekening wordt gescand en met de computer ingekleurd. “Er zijn digitale technieken om waterverfeffecten te bereiken. Van de politici die het onderwerp van mijn spotprenten zijn krijg ik soms reacties. Natuurlijk worden ze met grote belangstelling bekeken. Ook van lezers krijg ik reacties. Het is voor mij belangrijk om te horen hoe ze mijn tekening beleven. Je wil iets op een bepaalde manier overbrengen en dat moet wel duidelijk zijn voor de lezer.”
Beeldvorming is voor politici heel belangrijk. Cartoons of spotprenten beïnvloeden op een humoristische manier het beeld dat politici willen uitdragen. “In dictatoriale landen kunnen spotprenten veel invloed hebben op de publieke meningsvorming. Door de bekende Deense cartoons van Mohammed werd dat nog eens echt duidelijk. Machthebbers zijn altijd beducht voor spotprenten die hun gezag kunnen aantasten.”
Jos Collignon werkt thuis in zijn mooie appartement bij het Griftpark. “Er is wel contact met collega cartoonisten. Het restaurant Kaatje bij de Sluis in Blokzijl is een soort clubhuis voor de Nederlandse cartoonisten. Jaarlijks op 1 april komen we daar bij elkaar en krijgen een heerlijke maaltijd voorgeschoteld. Als tegenprestatie hebben we een spotprent over het restaurant gemaakt. Het zijn hilarische momenten als die op tafel gelegd worden en bekeken door het personeel. Cartoonisten hebben veel waardering voor elkaars werk. Er is geen enkele concurrentie of naijver want iedereen heeft zijn plek en zijn eigen manier van werken. Na 31 jaar tekenen voor de Volkskrant vindt ik het nog steeds een prachtig lezers op mijn manier een glimlach te kunnen bezorgen.”

 

Terug