Lien Vos- van Gortel, eerste vrouwelijke burgemeester

Geplaatst door Administrator (admin) op Dec 28 2011
interviews >>

Lien Vos- van Gortel, eerste vrouwelijke burgemeester

Interview door Jan Jansen
“Je wilt toch ook dat je favoriete sportclub de wedstrijd wint.” Dat was voor Lien Vos de logische drijfveer om zich onvermoeibaar in te zetten om Utrecht landelijk hoog op de kaart te zetten om daarmee alle mogelijkheden te benutten de stad als woon, werk, monumenten en onderwijsstad steeds aantrekkelijker te maken.
Ze is inmiddels 79 jaar en heeft een intensief (bestuurlijk) leven achter de rug. De laatste jaren is het leven zwaar door het wegvallen van vele geliefden.
Ze was VVD-wethouder in Den Haag toen ze begin 1981 van de minister van binnenlandse zaken Hans Wiegel een telefoontje kreeg met het verzoek zich beschikbaar te stellen als burgemeester van Utrecht. De VVD claimde de vierde stad van het land omdat de andere drie grote steden al PvdA en CDA burgemeesters hadden. Men zag in Lien Vos de ideale kandidaat met bestuurlijke ervaring in een grote stad.
Lien Vos: “Ik merkte dat ik met een zekere nieuwsgierigheid en scepsis door de Utrechtse bevolking en stadbestuurders ontvangen werd. Kennismaking met de bevolking ging voor mij wel op een natuurlijke wijze omdat ik veel uitgenodigd werd door allerlei verenigingen en organisaties. De typisch Utrechtse karaktereigenschap van ´doe maar gewoon dan doe je gek genoeg´ voelde ik sterk tijdens gesprekken. Men is erg trots op de stad maar komt daar moeilijk voor uit.”
Het burgemeesterschap betekende dag en nacht inzet. Het inspireerde Lien Vos enorm. “Je bent als burgemeester naast bestuurlijk werk ook betrokken bij hoogtepunten van het club- en verenigingsleven in de stad, altijd georganiseerd zijn door enthousiaste mensen. Enorme bewondering heb ik bijvoorbeeld voor de reddingsbrigade en de EHBO. Er kan geen manifestatie georganiseerd worden zonder dat zij er bij zijn. Ik bewonder al die duizenden vrijwilligers die zich onvermoeibaar voor hun idealen inzetten.”

 

Lien Vos op de politiemotor met in de kuip hulpofficier van justitie Berger en achterop hoofdcommissaris Wiarda. Foto Kees van Dijk / Het Utrechts Archief


Thuis moest er van alles georganiseerd worden om al die tijd aan de stad te kunnen besteden. “Mijn echtgenoot sprak wel altijd over emancipatie maar bracht dat nooit in de praktijk. Hij kwam uit een familie van leraren die altijd een gestructureerd bestaan hadden. We hadden een druk gezin met studerende kinderen. Gelukkig konden we een groot huis kopen aan de Koningslaan. We hebben mijn moeder gevraagd bij ons in te komen wonen. Er was een hele verdieping voor haar beschikbaar. Ze had een essentiële rol in ons huishouden. Toen ik weer eens laat thuis was zei ze: ‘Doe maar net of je thuis bent’. Eigenlijk heel confronterend.”
De burgemeester is altijd verantwoordelijk voor de veiligheid van de burgers via de brandweer en de politie. Zo was haar voorganger Vonhoff bekend van zijn optreden tijdens branden. Die zat als het ware met helm op de bok van de brandweerwagen als die uitreed. “Tijdens branden en grote ongelukken richtte ik me vooral op de slachtoffers en de hulpverleners. Zo hebben we eens in Overvecht een vreselijke brand gehad waarbij drie kleine kinderen thuis omkwamen op het moment dat hun moeder een ander kind naar school bracht.”
Binnen het gemeentebestuur ging het niet altijd harmonieus. Begin jaren negentig speelde de discussie over de sneltram door de binnenstad. Dat leidde tot een motie van wantrouwen en het vertrek van twee D66-wethouders uit het college. “Ik ben iemand van het harmoniemodel maar hier kon ik niets meer mee omdat de besluiten al in de fracties van de partijen waren genomen. Ook gingen de contacten van onze wethouders niet altijd goed in den Haag met ministers. Om problemen op te lossen zat ik dan ’s morgens om half acht al bij de minister. Maar ik moet zeggen het waren allemaal wel wethouders met een enorme betrokkenheid voor de stad.”
De functie van burgemeester is de laatste jaren sterk veranderd.”Ik was erg voor de inhoud en deed veel op de achtergrond. Tegenwoordig is het imago van veel groter belang. Dat bepaalt ook de agenda waardoor het gevaar bestaat dat een korte termijn visie gaat overheersen. Er ontstaat daardoor meer druk op ambtenaren en deskundigen. Die moeten wel hun poot stijf houden om hun deskundigheid over te brengen.”
Ze heeft er niet voor gekozen om zich als burgemeester voor nog een ambtsperiode na 1992 beschikbaar te stellen. “Ik kreeg een aanbod om toe te treden tot de Raad van State, het adviesorgaan van de regering die wetten toetst voor ze in de Tweede Kamer worden behandeld. In dit college heerst een totaal andere sfeer dan in de politiek. Er is geen onderlinge competitie waardoor er meer naar elkaar geluisterd wordt. Ik heb zitting in de Raad van State gehad tot mijn 70e jaar in 2001.”
Lien Vos: “Momenteel heb ik nog maar een paar bestuursfuncties. In mijn directe omgeving vallen de laatste jaren veel mensen weg. Mijn man, mijn moeder en vele andere familieleden zijn de laatste jaren overleden. Het zijn emotionele tijden waarbij ik ook veel moet organiseren. Mijn mobiliteit wordt ook minder. Terugkijken op mijn bestuurlijke activiteiten doe ik eigenlijk nooit. Maar ik besef nu wel dat het burgemeesterschap in Utrecht een boeiende en enerverende tijd is geweest.”
 

Terug