Meer Straatwegherinneringen |
| Geplaatst door Administrator (admin) op Jan 19 2012 |
Het hoofd van die school was meester Andree, een man die zowel bij de leerlingen en ouders groot gezag genoot. Om de een of andere onnaspeurlijke reden werd hij Pikkie Andree genoemd. Toen ik bij hem in de klas zat was het de gewoonte dat hij mij omstreeks half 11 voor een versnapering naar zijn huis zond, een dienstwoning op het terrein van de school.
Ik rukte dan aan een zorgvuldig gepoetste koperen bel en dan deed zijn dochter Thea de deur open. Ik moest dan op de mat in de hal wachten totdat zij weer verscheen maar nu met een dienblaadje waarop een heerlijk geurende kop chocolademelk stond met een gesmeerde plak ontbijtkoek.
Nu ik dit schrijf ruik ik weer die heerlijke geur van die warme drank en als jongen van 11 kon ik nauwelijks de verleiding weerstaan er van te snoepen.
Je waagde het thuis trouwens niet te vertellen dat je straf had gekregen (dat bij mij nog al eens voorkwam aangezien ik snel was afgeleid en alle vogels zag vliegen) want dan werd je alsnog even aan je oorlelletje getrokken.
In mijn herinnering was het vooral een veilige school, er heerste orde en netheid in de klas. Alle kinderen kwamen volgens mij uit een normaal gezin met een vader en moeder en er was toen niemand die ADHD had of andere problematische toestanden, waaraan zoals nu allerlei hulpverleners te pas komen. Maar die dingen waren toen nog niet bekend, denk ik. Je had maar te luisteren naar de meester of juf en zoniet, dan kon je in de hoek gaan staan of de gang op.
We kregen in de 5e klas ook zangles van meester De Wildt die op zijn jammerhout, misschien was het wel een Stradivarius (ha, ha), ons daarbij begeleidde met o.a. het lied, ik weet het nog: “Kom buiten kind, zie van nabij, hoe alles is ontloken,
reeds heeft de vlinder vrij en blij, zijn windseltjes verbroken, (met nadruk op verbroken, dat verbro- ho- ho- ken, moest klinken)”.
De schooltijden waren van half 9 tot 12 en van half 2 tot 4 uur. Tussen de middag gingen we vrijwel allemaal naar huis, behalve een paar kinderen die ver weg woonden en overbleven. Thuis werd tussen de middag warm gegeten. Ook mijn vader die bij het RIV werkte kwam dan thuis. Woensdagmiddag en zaterdagmiddag waren we vrij.
Heel veel kinderen droegen net als ik klompen en op een middag toen ik met mijn zus naar huis liep, kreeg ik ruzie met haar. Ik wilde haar een schop geven maar toen schoot de klomp van mijn voet en belandde tegen de etalageruit van een kapperszaak, waar volgens mij de naam Pierre Prins op stond. Die zaak was naast de schoenenwinkel van de fa. van de Wurf. De ruit ging aan diggelen, ik raapte mijn klomp op en koos snel op kousenvoeten het hazenpad, zonder dat ik gepakt werd en het natuurlijk thuis niet vertelde.
Als kind gingen we zondagsmiddags ook wel wandelen in de Tuin van Kol. Bij de ingang stond een houten paard en een fotograaf die achter een zwarte doek kroop en je dan portretteerde. In een schoenendoos op zolder moeten nog foto’s te vinden zijn uit dat park, toen ik in een merkwaardig soort kinderwagen werd vereeuwigd, geflankeerd door mijn ouders en mijn 2 zussen met strikjes in het haar.
Ik stuur u deze jeugdherinneringen in de hoop, dat er nog lezers van mijn leeftijd zijn (ik ben nu 76) die dezelfde ervaringen hebben.
J. Spier
Rembrandtlaan 16
3411GV Lopik