Mijn oorlogswinter in Wittevrouwen |
| Geplaatst door Administrator (admin) op Jan 02 2012 |
Ik woonde vlak bij het Bollenhofseplein en daar was een wiel van dat vliegtuig neergekomen. Ook was er een piloot dwars door het dak bij de fam. Thomassen, die op dat plein woonde, gevallen. Het verhaal deed de ronde dat de dochter des huizes nog op bed lag en de piloot naast haar terecht is gekomen. Maar ik durf niet te beweren dat het zo is.
Mijn opoe en opa woonden in de Bouwstraat op no. 1 en dat was op de hoek van de Kapelstraat. Daar waren inderdaad ook brokstukken van dat vleigtuig terechtgekomen. Ik weet ook nog goed dat er toen veel angst onder de mensen was.
Verder heb ik best wel het een en ander van die oorlog meegekregen. Ikzelf was circa 10 jaar oud. Ik ging samen met een buurjongen, Wim Klaassen, vaak op zoek naar eten. Wij woonden vlakbij het Oorsprongpark, Maliebaan en het Wihelminapark. Daar waren veel Duitse officieren gehuisvest. Ik kende het Oorsprongpark vrij goed want mijn andere opoe, de moeder van mijn vader, zat er in het bejaardenhuis totdat het gevorderd werd door de Duitsers.
Mijn buurjongen en ik gingen in het tehuis kolen en briketten jatten. We hadden een klein karretje en daar gingen we mee op stap. Dat tehuis had aan de voorzijde een grote, brede trap. Opzij waren deuren die naar de kelder leidde. Rondom het huis liepen dag en nacht twee soldaten en die hielden de wacht. Aan de voorkant was een hek waar ook de toegang was en daar was ook de centrale keuken.
Alle militairen moesten elke dag daar hun eten halen. Wij kregen af en toe overgebleven eten van de militairen.
Maar terug naar het verhaal van de kolen. Mijn buurjongen en ik gingen ‘s avonds, als het een beetje donker werd, naar het ingangshek. Daar wachtten wij tot de soldaten uit het zicht waren. Een van ons, gewapend met een zak, nam dan een run naar de zijdeur van de trap en ging dan de kelder in om vervolgens de zak te vullen met kolen en/of briketten. Vervolgens weer een run terug als de kust veilig was.
Dit deden we net zolang tot de kar vol was en dan gingen we naar huis. En zoals het het spreekwoord zegt: de kruik gaat net zolang onder water tot hij breekt. We hebben dit lang kunnen doen maar op een gegeven moment, door iets onoplettendheid, werden we door de wacht betrapt. Toen was het afgelopen. We moesten rennen voor ons leven want er werd ook op ons geschoten. We durfden er voorlopig ook niet meer heen te gaan.
Wij zijn later ook wel eens beschoten. Dat gebeurde toen we brood gingen jatten in de bakkerij Het Anker in de Kruisstraat. Maar dit vertel ik wel een andere keer.
W.A. Cazander
C.B. Huethove 8
3438 PH Nieuwegein.