Vervolg op Dansen op Doodshoofden

Geplaatst door Administrator (admin) op Jan 25 2012
brieven >>

Van iemand heb ik een formulier toegestuurd gekregen van het gemeentearchief van Utrecht. Daarin staan een heleboel dingen maar ook waar mijn grootouders hebben gewoond. Daar kom ik later op terug.

Maar nu: een heleboel klepjes met herinneringen uit mijn hersenpan zijn open gegaan. Veel dingen komen naar voren: nu gedetailleerder.
Ik ben dus geboren in de Esdoornstraat nr. 10 en heb daar gewoond tot mijn 15e jaar. Rechts van ons huis: op nr. 12 heeft een kruidenierswinkel gezeten genaamd naar de eigenaar: NIKS.
Vanaf de tijd dat ik als kleine jongen buiten mocht spelen zag ik die winkel met zijn blikken erwten, bonen en nog meer in de etalage. Daarna kwam er een kleermaker in die winkel: voor het raam zat hij in kleermakerszit kleren te maken. Hij woonde daar samen met zijn zoon: een echte meidengek. Zijn slaapkamer grensde aan mijn slaapkamer en er was een dunne tussenwand. Soms kon ik niet slapen van de vreemde geluiden die ik daar hoorde: ik snapte er niets van.
Links van ons huis woonde de buurvrouw en buurman: NIJMAN. Hij was een verschrikkelijke stugge kerel en zij was een altijd op bed liggende zeer dikke vrouw. Zij was zo dik dat zij het 2 persoonsbed in haar eentje helemaal vulde! Zij was tevens ook zeer hardhoorend (oude spelling: dus met 2 “o”).
Om met haar te praten had zij een soortement van koperen toeter tot haar beschikking. Dat ding was zo’n 70 á 80 cm. lang: de ene uiteinde had een smalle opening (zoals het mondstuk van een trompet) en de ander kant zag er uit als de andere kant van een trompet een soortement van kelk. Als je met haar dreigde te willen praten werd de toeter jouw richting gedraaid, de ene kant drukte zij in haar oor en aan de andere kant moest ik in de kelk schreeuwen.
Op een gegeven moment moest zij opgenomen worden in het ziekenhuis. Dat was me wat: een hele volksopstoot volgde. Wat was er aanwezig: een aantal sterke kerels en een vrachtwagen. Om haar uit het huis te krijgen werd het raam van haar slaapkamer aan de straatkant uit het kozijn gehaald. Daar werd zij uitgetakeld door de sterke mannen en op de vrachtwagen gelegd. Een ziekenauto kon niet: want daar paste zij niet in. Met de sterke mannen en de vrachtwagen ging het richting ziekenhuis.
Later vertelde mijn moeder (zij had er wel schik om) dat het ziekenhuis 2 bedden aan elkaar moesten vastmaken om de buurvrouw haar in het geheel daar neer te leggen.
Een paar dagen is zij overleden. Hoe de begrafenis is geweest: ik heb geen idee, maar het zal beslist niet op de normale manier zijn gegaan.
Links van hun woonde de familie Snellenberg. Daarnaast de melkboer Ebbenhorst. Ik weet nog dat Mw. Ebbenhorst een aangeboren afwijking had: ze miste van één arm de onderarm. Later kreeg ze een kleinkind die dezelfde afwijking had.
Iets verderop in de Esdoornstraat links van de Anjelierstraat woonde de familie Agterberg, hij was uitvaartondernemer. Ik weet niet of hij familie was van de huidige bekende met dezelfde naam opererende uitvaartonderneming. (Herman Berkien heeft er eens grapjes over verteld). Ze hadden een dochter iets jonger dan dat ik ben. Ik was eens aan het fietsen in de buurt en die dochter kwam ik tegen. Ik vroeg of zij achterop wilde en zo gebeurde. Ik zette haar af voor haar deur en toen kwam haar moeder woedend naar buiten. Al was ik een buurjongen maar zij mocht beslist niet achterop de fiets zitten. Tot op heden ben ik daar nog van geschrokken……
Aan de ander kant van de spoorlijn had je de Kerkweg. Aan het eind van die Kerkweg stond mijn school: de Augustinusschool. Het hoofd van de school was meester van Dommelen. Dat is een hoofdstuk apart: Niets MOEST maar alles was VERPLICHT. Elke dag om 8 uur in de morgen VERPLICHT de schoolmis bijwonen. Dat gebeurde in de Monicakerk op de Herenweg (het aantal keren dat je aanwezig was in de schoolmis werd zelfs in je rapport vermeld). En denk er om: van te voren niet eten en drinken want je was VERPLICHT om ter communie te gaan. Je boterhammetje at je op na de mis en voordat de school begon.
Ook was je VERPLICHT (dat ging klassikaal) om elke maand te gaan biechten. Je ging de biechtstoel in, je zat op je knieën met je hoofd naar een wand met daarin een vierkant gat, in dat gat zat traliewerk (ik wist toen nog niet dat traliewerk mijn beroep zou worden: ik heb gewerkt in de gevangenis). Door dat traliewerk zag je een luisterend oor.
Wat moest je nou zeggen: wat voor ondeugends je hebt uitgehaald de laatste 4 weken. Iets wat niet door de beugel kon. Als je zou vertellen dat je vLeselijke gedachten zou hebben gehad (of erger nog: zou hebben uitgevoerd): dat doe je toch niet? Je schaamt je toch om dat te vertellen? Bij mij ging het niet verder dan te vertellen dat ik een koekje heb gepikt of met een natte vinger in de suikerpot heb geroerd. Dat vertelde je dan tegen het OOR wat je zag door de tralies. Ik kreeg dan als penitentie (boetedoening) een aantal Onze Vaders of Weesgegroetjes die ik moest bidden. Hoe groter het koekje en hoe vaker je in de suikerpot roerde des te meer Onze Vaders of Weesgegroetjes moest je bidden (grapje).
Mijn vaste biechtvader (ja, die kreeg je toegewezen) was Pater van Gol. Wat ik kan herinneren: een oude Pater die zich nergens om druk maakte. Al zou je een moord hebben gepleegd of een koekje gejat: je kreeg hetzelfde aantal Onze Vader en Weesgegroetjes te bidden.(bij wijze van spreken). Ik ben er nu achter dat ik in die tijd een saai leven had.
Ook was je VERPLICHT om in de Oktober maand (de Rozenkrans maand ter kerke te gaan en wel na schooltijd. Een aantal keren per week dus ter kerke om de rozenkrans af te werken. Op de plaats van de Augustinusschool staan nu appartementen.
Nu mijn grootouders. Ze zijn getrouwd op 03-01 1912. Zij hebben gewoond op de volgende adressen:
14-06 1912 Lombokstraat 81
16-06 1913 Otterstraat 20 (1 maand daar gewoond!)
16-07 1913 Otterstraat 14 (op 28 oktober 1913 is daar mijn moeder geboren)
29-10 1929 Otterstraat 13
20-12 1935 Vosstraat 33
10-06 1938 Bremstraat 16 (ook maar 1 maand gewoond)
12-07 1938 Kerkweg 72 (later Esdoornstraat nr. 10. mijn ouders hebben daar ingewoond)
09-10 1941 P.B.U. 16 131317
26-02 1946 Kerkweg 81
16-09 1948 Anjelierstraat 31 bis
14-02 1957 Prooststraat 34
28-01 1963 Fr. Halsstraat 35
Ik kan mij nog herinneren dat tegenover de Kerkweg 81 een heetwaterbedrijfje was.
Elke week ging mijn grootmoeder (ik ben ook wel eens mee geweest) naar dat bedrijfje om voor een paar centen een emmer heet water te halen voor de was.

Maar waar ik mee zit en geen antwoord op weet:van 09 10 1941 tot 26-02 1946 (de oorlogsjaren) hadden zij als adres: P.B.U. 16 131317. Wie weet hier meer over te vertellen?
Het zal niet voor iedereen interessant zijn wat ik heb verteld, maar is wel leuk. Vroeger ging woningruil even wat gemakkelijker als tegenwoordig.
En: als ik weer eens een slapeloze nacht heb en er gaan weer luikjes met herinneringen open schrijf ik u.
Johan Nagelmaker,
Louis Davidsstraat 329,
2551 EJ Den Haag,
Telefoon: 070-3913087
E-mail: johanag@casema.nl

Terug